Legeringen van goud en zilver

05 mei 2017 - Reageren


Als goudsmid werk je niet met puur goud en puur zilver. Deze metalen zijn in deze vorm niet geschikt. Door ze te mengen met andere metalen kun je de eigenschappen verbeteren. In deze post ga ik je uitleggen hoe dat nu precies zit.

Wat is een legering en waarom wordt het gedaan?

Even wat feiten op een rijtje:

Een legering is een mengsel van twee of meerdere metalen of een mengsel van metalen met niet metalen (bijvoorbeeld koolstof of silicium). Een legering kan worden verkregen door de componenten vloeibaar te maken en te mengen. Voor de metalen die ik zelf legeer houdt dat in dat ik ze verhit met mijn brander tot ze vloeibaar zijn en dit mengsel giet in een gietmal tot een staf of een plaat.

Er zijn goede redenen om te legeren. Door metalen te legeren heb je invloed op de eigenschappen van een metaal. Puur Goud en zilver is bijvoorbeeld erg zacht (2,5 – 3 op de schaal van mohs) en daarmee veel te slijtgevoelig en kwetsbaar voor een sieraad. Door de juiste verhouding kun je de eigenschappen vrij nauwkeurig beïnvloeden. Zo zijn de metalen voor mij als goudsmid ook veel prettiger om mee te werken en zijn ze beter geschikt als sieraad om te dragen.

Ook heb je met legeren invloed op de kleur, met name goud is door te legeren te verkrijgen in een breed scala aan tinten. Daarover later meer.

Een extra voordeel is de prijs, een ring van puur goud zal natuurlijk een stuk duurder zijn dan een ring van gelegeerd goud.

 

Welke legeringen worden gebruikt en hoe worden ze genoemd?

Zilver

Zilver wordt gemengd met koper. Om aan te geven hoeveelste deel zilver is en hoeveelste deel koper wordt er gewerkt met “duizendsten”. Een legering bestaat uit duizend delen. Bij zilver spreekt men van eerste gehalte, tweede gehalte of derde gehalte:

Eerste gehalte – 925/1000 (925 delen zilver, 75 delen koper)

Tweede gehalte – 835/1000

Derde gehalte – 800/1000

Standaard wordt in Nederland een zilver sieraad gemaakt van eerste gehalte zilver. Tweede gehalte zie je vaak bij zilver grootwerk bijvoorbeeld bestek, vanwege de hogere hardheid. Eerste gehalte zilver heeft echter een mooiere witte kleur, wordt minder snel zwart en heeft daarom de voorkeur bij sieraden. Derde gehalte zilver wordt eigenlijk alleen gebruikt als een hardere zilverlegering noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor zilveren horlogekasten.

Van links naar rechts zie je hier fijnzilver granules, eerste gehalte zilveren ring licht geoxideerd van het stilliggen en een tweede gehalte zilveren lepel helemaal zwart en nodig toe aan een poetsbeurt.

Van bleekgroengoud tot roodgoud

Goud kan worden gelegeerd met koper en/of zilver. Door de verhoudingen van het zilver en koper aan te passen kan een scala aan tinten verkregen worden. Deze tinten lopen van bleekgroen naar geel, rosé en rood. Bleekgroen heeft als bijzet alleen zilver, rood heeft alleen koper. Daar tussenin worden beide metalen gebruikt.

Witgoud

Witgoud kan worden verkregen door goud te mengen met palladium en zilver of met nikkel, koper en zink. Vanwege de nikkelafgifte en omdat veel mensen een allergie hebben voor nikkel wordt tegenwoordig eigenlijk alleen nog palladium witgoud gebruikt. Nikkelwitgoud heeft een gelere kleur ten opzichte van palladiumwitgoud wat grijs is.

Veel witgouden sieraden worden gerodineerd om zo een wittere kleur te verkrijgen. Rodineren is het aanbrengen van een dun laagje rodium. Echter zal deze laag er door het dragen uiteindelijk afslijten.

Palladium witgouden klavertjes in een geelgouden enveloppe.
Geelgouden ring met een palladium witgouden band (steen in het midden heeft weer een geelgouden kast).

Het maakt niet uit welke kleur het goud is, de legeringen worden op dezelfde manier aangegeven. Dit wordt meestal gedaan met “karaat” (waarbij 24 karaat puur goud is) maar kan ook op dezelfde wijze als zilver met “duizendsten” worden benoemd.

Legeringen moeten altijd een bepaalde goudgehalte hebben en zijn aan wettelijke bepalingen gebonden. Het laagste toegestane gehalte in Nederland is 14 karaat. Onder de 14 mag een sieraad niet meer als goud worden verkocht. Het bevat dus wel goud, maar volgens de wet niet genoeg om een gouden sieraad te zijn.

De standaard gebruikte gehalten in Nederland zijn als volgt:

14 karaat – 585/000

18 karaat – 750/000

20 karaat – 833/000

22 karaat – 916/000

Het meest gebruikt in dit rijtje is 14 karaat. Hoe meer goud betekend immers ook hoe zachter de legering. Naast 14 wordt ook redelijk vaak met 18 karaat gewerkt, deze heeft een diepere kleur.

Welke kleur goud je ook kiest als je gaat voor 14 karaat zal er altijd 585 duizendste deel goud in de legering zitten, alleen de bijzet metalen zullen per kleur in verhouding verschillen. Dat geldt uiteraard ook voor de andere gehalten.

 

Welke legeringen gebruik ik zelf?

Standaard werk ik met 1ste gehalte zilver, 14 karaats geelgoud of 14 karaats palladiumwitgoud niet gerodineerd. Tenzij anders aangegeven zijn de sieraden die je in mijn collectie ziet van één van deze drie legeringen gemaakt.

Maak ik een sieraad voor jou in opdracht? Dan mag je uiteraard aangeven of je liever een ander gehalte of kleur zou willen dan de standaard.

Lever je oud goud in wat ik ga omsmelten voor jou sieraad? Als het hoger of lager is dan 14 karaat dan kan ik het tijdens het smelten terug legeren naar 14 of het houden in het gehalte dat het is, afhankelijk van jou keuze.

Het gieten van vloeibaar zilver in de mal

Je mag altijd aangeven wat je voorkeuren zijn en informeren naar de mogelijkheden. Ik hoop dat mijn verhaal leerzaam was en hopelijk heb ik snel weer tijd voor een volgende post.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *